Bankrover

Een man met een pistool loopt een filiaal van de bank binnen en roept tegen de bediende achter het loket: “He gij daar, gooi al het geld, biljetten groot & klein en munten in deze grote papieren zak!”

Toen de zak met geld gevuld was draaide de bankrover zich om naar een man in de rij en vroeg: “Hedde gij gezien dat ik deze bank beroofde?”

Bang antwoordde de man: “Wel zeker heb ik het gezien!”

De bankrover schoot de man tussen zijn ogen en deze viel meteen morsdood tegen de grond.

Toen draaide hij zich om naar een koppel in de rij en vroeg aan de man: “En hedde gij gezien dat ik deze bank beroofde?”

De man antwoordde rustig: “Nee, meneer ik heb niks gezien, maar mijn vrouw wel!”

Naar de kapper

Een oud manneke in Roosendaal ging naar de kapper om zijn haar te laten knippen en zich te laten scheren.

Hij zei tegen de kapper: Ik kan m’n bakkebaorde nie goed d’r af halen want ik eb teveul riempels. Geen probleem zei de kapper en hij haalde een klein houten balletje van de plank. Doe dat maar in je mond zei de kapper. Het manneke deed dat en de huid van zijn wangen kwam mooi glad te staan. Toen de kapper klaar was zei het ouwe manneke: ‘da waar de gladste scheerbeurt die ik in jaore em g’ad’ mar ’n bietje gevaorluk vin ik het wel, ik aar da balleke wel in kunne slikke.’

Dat is ook geen probleem zei de kapper. Dan had je het na een paar dagen gewoon terug kunnen brengen, dat doen ze allemaal.

Autopech

Een man staat langs de snelweg met autopech. Achter hem staat een koe te grazen. Het beest kijkt naar de auto en
zegt: “Je radiator is lek.” De automobilist is stomverbaasd, rent naar de boerderij en zoekt de boer op: “Meneer, u
koe kan praten! Ze zei dat mijn radiator kapot is.” De boer: “Welke koe was dat?” “Een bijna zwarte met een witte
bles op haar kop.” De boer: “Oh, die! Die heeft geen verstand van auto’s!”

Kerst bij de maffia

Een zoon van een leider van de maffia gaat achter zijn bureau zitten om een kerstwens te schrijven aan Jezus. Hij schrijft: “Lief kindeke Jezus, ik ben het hele jaar een lieve jongen geweest, dus wil ik een nieuwe….” Hij kijkt ernaar en verfrommelt het dan tot een bal en gooit het weg. Hij pakt een nieuw stuk papier en begint opnieuw te schrijven: “Lief kindeke Jezus, ik ben het grootste deel van het jaar een lieve jongen geweest, dus wil ik een nieuwe……” Hij kijkt er weer met afgrijzen naar en gooit het weer weg.

Dan krijgt hij een idee. Hij gaat naar de kamer van zijn moeder en pakt het beeld van de Maagd Maria, zet het op het toilet en doet de deur op slot. Hij pakt een nieuw stuk papier en schrijft: “Lief kindeke Jezus. Als je ooit je moeder nog terug wilt zien….”

Vampier

Tegen het krieken van de ochtend staan twee vampiers op het punt om in hun kisten te kruipen. Maar de ene vampier zegt: ‘nee, ik moet echt nog even naar buiten. Ik heb vannacht nog geen bloed gehad. Ik moet echt nog even scoren.’ ‘Dan mag je wel opschieten’, zegt de andere vampier, ‘want je hebt nog maar drie minuten.’ Meteen springt de ene vampier het raam uit. Na tien seconden is hij weer terug, bloed om zijn hele mond, ‘Hoe heb je dat zo snel geflikt?’ Vraagt de achtergebleven vampier. ‘Kom maar mee naar het raam’, zegt de ander, ‘dan zal ik het je laten zien..’ De vampier loopt
mee en kijkt naar buiten. ‘Zie je daar die lantarenpaal?’ Vraagt de andere vampier. ‘Ja’, zegt de ene vampier. ‘Nou’, zegt de ander, ‘die zag ik niet.’

Een jongetje

Twee baby’s liggen in hun kinderwagen. Zegt één baby: “Ik ben een jongetje.” “Hoe weet je dat?” Vraagt de andere. “Dat zal ik je laten zien als de mamma’s weg zijn.” Als de mamma’s weg zijn vraagt de baby weer: “Laat dan zien dat je een jongetje bent.” “Goed dan,” zegt de ander en heel voorzichtig tilt hij zijn dekentje op, steeds hoger en hoger. “Kijk maar,” roept hij, “ik heb blauwe sokjes aan.”

Rondkijken

Er komt een blinde in de supermarkt. Hij loopt door naar de conservenafdeling, pakt daar zijn geleidehond op bij zijn staart en begint het dier vervolgens in de rondte te slingeren. De chef komt erbij: ‘mijnheer, zet u die hond neer, zo doen we dat niet.’ ‘Wat,’ zegt de blinde, ‘mag ik hier niet even rondkijken?’

Toverzwembad

Een Nederlander, een Belg en een Fransman bezoeken een zwembad. De badmeester laat weten dat het een “toverzwembad” betreft. Hij zegt: “Spring van de duikplank af en roep wat je in het zwembad wilt hebben en het is er!” De Nederlander loopt natuurlijk voorop om het te proberen. Hij neemt een aanloop, springt van de duikplank en roep “geld.” En hij belandt in een zwembad vol met bankbiljetten en munten. De Belg wil ook wel. Hij staat op de duikplank, neemt een aanloop en roept “frieten.” En hij belandt in een zwembad vol met frieten, inclusief mayonaise. Dan is de Fransman aan de beurt. Die klimt op de duikplank, neemt een aanloop, glijdt per ongeluk uit en roept “merde!”

Hond afmaken

Een Belg kocht tegen een lage prijs een lief hondje. Pas na de koop bleek dat het hondje maar drie pootjes en één
oogje had. Na vier moeilijke maanden besloot de Belg om met het hondje naar de dierenarts te gaan.
Deze vertelde dat het hondje afgemaakt moest worden. De Belg had daar al rekening mee gehouden en verliet
treurig de praktijk van de arts. Na drie weken ging de Belg weer terug naar de dierenarts en vroeg: ‘is hij af?’

Opscheppers

Drie muizen zijn in een kroeg aan het opscheppen.
Muis 1: ik drink liters rattegif per dag!
Muis 2: ha, ik maak de klem van een muizeval los, haal de kaas eruit en doe hem weer dicht!
Muis 3: sorry, maar ik moet nu snel naar huis om de kat te voeren!