Te Dronken

Een man in een cafe gaat even naar de WC. Bij de pisbakken gaat hij naast een dronken kerel staan. Meneer, kunt u mij zeggen vraagt de dronken man: heb ik iets in mijn linker hand. nee. zegt de man. Heb ik dan iets in mijn rechterhand? Ook niet zegt hij hoezo? Zegt de dronken man: dan sta ik in me broek te pisse.

Lilliputtervrouwtje

Er komt een lilliputtervrouwtje bij de dokter. Ze klaagt: “O dokter, ik heb toch zo’n last van mijn kruisje als het regent.” “Tja,” zegt de dokter, “vandaag is het mooi weer, dus nu heeft u zeker geen last?” “Nee, vandaag niet,” zegt het vrouwtje. “Nou,” zegt de dokter, “komt u dan terug als het regent.”

Een paar dagen later komt het vrouwtje terug als het regent. “En?” vraagt de dokter: “Hebt u vandaag wel last?” “Ja, vandaag wel,” zegt het vrouwtje. “Gaat u dan maar even achter het scherm staan,” zegt de dokter. Als het vrouwtje en de dokter achter het scherm zijn verdwenen, hoort de assistente de dokter vragen: “Mag ik even een schaar alstublieft?” De assistente gaat de schaar brengen. Even later komen de dokter en het vrouwtje weer achter het scherm vandaan. “Loopt u nu eens even rond,” zegt de dokter tegen het vrouwtje, “heeft u nu nog last?” “Nee,” zegt het vrouwtje, “dank u dokter, het is helemaal over.” Hierop vertrekt het vrouwtje.

Ondertussen is de assistente bloednieuwsgierig geworden en vraagt: “Dokter, wat heeft u nu eigenlijk gedaan?” “Gewoon,” zegt de dokter, “10 centimeter van d’r kaplaarsjes afgeknipt.”

Straatvechter

Een Amerikaan komt naar Nederland en stapt een café binnen. Tegen een man aan de bar zegt hij: “Hi, ik zoek een straatvechter, ik zou wel eens een echt straatgevecht willen zien.” “Dat treft,” zegt de man, “ik ben toevallig een straatvechter. Mij moet je hebben.” “Okay,” zegt de Amerikaan, “ga mee naar buiten, dan zoeken we een tegenstander.”

Buiten gekomen zien ze een boom van een kerel aan komen lopen. “Daar,” zegt de Amerikaan, “dat is je tegenstander.” “Welnee,” zegt de Nederlander, “als ik een keer hard op de grond stamp, dan loopt ‘ie hard weg.” Dan komt er een echtpaar gearmd aanlopen. “Kijk,” zegt de Nederlander, “die vent, daar ga ik mee vechten.”

“Hoe wil je dat dan doen?” vraagt de Amerikaan. “Ik weet wel een manier om hem uit te dagen”, zegt de man, “Ik scheld gewoon zijn vrouw verrot. Dan moet ‘ie wel met me vechten.” En hij begint te schelden tegen die vrouw: “Jij vuile, smerige, achterbakse hoer dat je bent!” “Kijk,” zegt haar man, “nou hoor je het eens van een ander!”: