Duitse Herder

Een man komt bij een asiel omdat hij graag een hond wil. Hij ziet een mooie Duitse herder en vraagt aan de verzorger waarom de hond in het asiel zit. De verzorger antwoord: ‘het is een Duitse herder, maar heeft een hekel aan de Duitse taal. Als u de naam van iets in het Duits uitspreekt verscheurt hij het aan flarden.’

‘Let op’, zegt de verzorger, ‘ das bakje’. De hond rent op het bakje af en verscheurt het in kleine stukken. ‘Ach’, zegt de man, ‘ik vind het een mooie hond en als we daarmee rekening houden kan het een goede hond zijn.’

Thuisgekomen laat de man trots de hond zien aan zijn vrouw die lui op de bank ligt. ‘O’, zegt de vrouw, ‘dat is toch wel een mooie hond, wat lief van je.’ De man, nu nog trotser, vertelt dat de hond niet tegen de Duitse taal kan en doet het voor. Kijk’, zegt de man, ‘ das telefoon’ en de hond rent naar de telefoon en scheurt het helemaal kapot.

‘O’, zegt de vrouw, ‘das klote….’

Jachthond

Juul : “Mijne ouwe hond is dood en ik heb ne nieuwe gekocht, ene jachthond.”
Jef : “Ha ja, en kan hij goe jagen?”

Juul : “Ik zou het geloven, ‘k laat hem aan een konijnenpoot rieken en hij brengt een haas of een konijn mee, ik laat hem aan een pluim van een fazant rieken en hij brengt een fazant mee naar huis.”
Jef : “Wauw, das ne goeie hond zeg, en kan die nog meer?”

Juul : “Natuurlijk en nog geen klein beetje, ik liet hem aan de string van mijn vrouw rieken en hij bracht de kloten van mijne buurman mee.”